Wat is De Nederlandsche Bank?
De Nederlandsche Bank is een grote Nederlandse financiële instelling. De Nederlandsche Bank (DNB) moet de financiële stabiliteit van Nederland bewaken. Daarvoor zijn drie elementen belangrijk: een lage inflatie, veilig betalingsverkeer en stevige en integere financiële instellingen. Om dat te bereiken heeft DNB 5 aandachtsgebieden, die hieronder allemaal aan bod komen. Ze grijpen in elkaar en zijn van elkaar afhankelijk.
1. Financiële stabiliteit
DNB moet voor financiële stabiliteit zorgen. Dat betekent dat de prijzen niet te hard mogen stijgen. Tot de komst van de Euro zorgde de Bank in haar eentje voor een lage inflatie. Nu doet De Nederlandsche Bank dat samen met de andere Europese Centrale Banken. Een goed en probleemloos betalingsverkeer helpt ook bij financiële stabiliteit. Stevige financiële instellingen dragen ook bij aan financiële stabiliteit.
2. Monetair beleid
Een goed geldbeleid voorkomt dat prijzen van goederen stijgen (inflatie) of dalen (deflatie). Stijgende en dalende prijzen zijn slecht voor de economie. Als het leven veel duurder wordt, kunnen consumenten minder goederen kopen. De koopkracht daalt op die manier. Om dat te voorkomen willen werknemers meer loon, waardoor de prijzen van goederen verder stijgen.
Het goedkoper worden van goederen lijkt gewenst, maar is het niet. Als consumenten weten dat de prijs van een gewenst artikel morgen veel goedkoper is dan vandaag, wordt het goed vandaag niet gekocht. Consumenten gaan het kopen van artikelen uitstellen. Ook dat is slecht voor de economie. De Nederlandsche Bank probeert de inflatie te beperken tot maximaal 2%.
Inflatie kan ontstaan als mensen veel geld hebben of goedkoop geld kunnen lenen. De consumenten en bedrijven kopen veel goederen. De vraag is hoog en het aanbod beperkt. Daardoor lopen de prijzen op. DNB kan zich niet direct met de prijzen bemoeien. Maar indirect kan De Bank er wel iets aan doen. Als DNB er voor zorgt dat lenen duurder wordt en sparen aantrekkelijk, besteden bedrijven en consumenten minder geld. De Nederlandsche Bank kan in dat geval de rente verhogen. Als bedrijven en consumenten te weinig besteden, bestaat de mogelijkheid om de rente te verlagen. Dat jaagt de vraag naar goederen en investeringen aan.
Na de invoering van de Euro kan DNB niet langer in haar eentje het rentebeleid bepalen. Nu gebeurt dat in overleg met de Centrale Banken van de andere landen die de Euro hebben ingevoerd.
3. Veilig betalingsverkeer
DNB wil dat het betalingsverkeer in Nederland veilig is. Iedereen moet zonder problemen kunnen pinnen, chippen, internetbankieren, betalen en geld overboeken. Er zijn 2 soorten geld: chartaal geld (papiergeld en munten) en giraal geld (geld op de bank). DNB probeert samen met de Europese Centrale Bank te voorkomen dat bankbiljetten en munten worden nagemaakt. Vals geld ondermijnt het vertrouwen van consumenten en bedrijven in het betalingsverkeer.
DNB is ook verantwoordelijk voor het betalingssysteem. Als betalingen mislopen, vertrouwen bedrijven en particulieren de banken niet meer. Dat ondermijnt de financiële stabiliteit.
4. Toezicht op financiële instellingen
DNB vindt dan particulieren en bedrijven moeten kunnen vertrouwen op tal van financiële instellingen. Daarom houdt De Bank toezicht op banken, verzekeraars, pensioenfondsen, vermogensbeheerders, etc. Dat doet DNB niet alleen. Ook de Autoriteit Financiële Markten houdt de situatie voortdurend in de gaten. Veel financiële instellingen die in ons land actief zijn, moeten een vergunning aanvragen. Ook na het toekennen van de vergunning moeten de instellingen zich aan de wetgeving houden. Zo niet, dan legt DNB maatregelen op. Die kunnen uiteindelijk leiden tot de intrekking van de vergunning.
5. Geven van advies aan de regering
De Nederlandsche Bank adviseert en informeert de regering. De Bank geeft aan welke maatregelen zijn genomen op monetair gebied. Daarnaast verstrekt men adviezen aan de regering over de begroting van de staat. DNB overlegt regelmatig met de minister van Financiën over allerhande financiële aangelegenheden.
Verleden, heden en toekomst van De Nederlandsche Bank
De Nederlandsche Bank is in 1814 door Koning Willem I opgericht. Oorspronkelijk mocht DNB als enige instelling bankbiljetten uitgeven. In de loop van de tijd kreeg De Bank steeds meer taken toebedeeld. In 1999 moest DNB een aantal daarvan overhevelen naar de Europese Centrale Bank.
De Nederlandse Staat heeft alle aandelen in De Nederlandsche Bank. Aan het hoofd van de bank staat de president. Een directie voert het dagelijks bestuur van de bank. DNB neemt ook deel aan het Europees Stelsel van Centrale Banken.
De Nederlandsche Bank kwam na het faillissement van Icesave en DSB Bank onder vuur te liggen van consumenten en het Parlement. Er zou niet voldoende zijn gereageerd op allerlei signalen over beide banken. Ook is er kritiek op het toezicht van DNB op de financiële instellingen voorafgaand aan de kredietcrisis. Veel banken en verzekeraars bleken kwetsbaarder dan vooraf ingeschat. DNB is daarom opgedragen om de eigen rol kritisch te bekijken en daar waar nodig maatregelen te treffen.